De levende Tora
Stapsteen 1
… eer er bergen werden afgezonken,-
vóór de verschijning van heuvels
ben Ik onder weeën voortgebracht…
toen Hij de fundamenten der aarde beschreef
was Ik aan zijn zijde als troetelkind
en was Ik zijn geluk dag aan dag -
spelend voor zijn aanschijn te allen tijde,
spelend op het vlak van zijn aarde,-
en mijn geluk lag
bij de zonen van Adam/de mensheid!
(fragmenten uit Spreuken 8)
Hij is het beeld van de onzichtbare God,
eerstgeborene van heel de schepping..
Hij is er eerder dan alles
en alles bestaat door Hem…
(fragmenten uit Kolossenzen 1)
‘Bereesjiet’ was er het Woord…
Johannes 1:1
Het is Mattitjahoe – bekender geworden met zijn gelatiniseerde naam Matteüs – die bovenstaande en andere teksten uit de Joodse traditie verwerkte tot een spectaculair begin van zijn ‘evangelie’.
Hij begint - als je zijn woorden terug vertaalt naar het Hebreeuws – met precies dezelfde woorden als waarmee Genesis 5 vers 1 de opsommingen der eerstgeborenen start: Dit is het boek van de wording van …
Maar hij denkt vervolgens achterstevoren, terug in de tijd! … boek van de wording van Jeshua Messiach, zoon van David, zoon van Abraham.
Daar blijkt een bijzondere opzet achter te zitten, want als hij vervolgens, te beginnen met Abraham, 42 generaties ‘eerstgeborenen’ opsomt eindigt die opsomming niet met Jezus maar met Jozef. En Jozef is de jongeman die in een droom te horen krijgt dat hij Jezus moet adopteren. Hij verwekt Hem niet.
Dus al die generaties in Israël verwekken de Messias uiteindelijk niet, maar horen niettemin bij zijn ‘wording’; ze blijken als het ware de creatie van een soort ‘huis in de tijd’ te zijn waarin de Messias kan worden opgenomen. Maar de eigenlijke verwekking van de Messias is niet de potentie van Israël.
Kort gezegd: Matteüs zet de hele verwekking van het volk Israël in dienst van de komst van de Messias. Dat is een omkering van de geschiedenis sinds Abraham. Dus niet Israël verwekt de Messias, maar de komst van de Messias verwekt Israël! Abraham is zo bezien dan het eerste teken van zijn komst.
Stapsteen 2
Zoals Matteüs doet kun je alleen maar schrijven en redeneren als je de Messias ziet als een gestalte die vanuit de eeuwigheid zijn invloed laat gelden in de tijd. Dan zijn al die eeuwen verbondsgeschiedenis sinds Abraham zijn invloedssfeer.
De woorden en gebeurtenissen in heel de Tenach staan dan niet los van Hem; integendeel, door de hele Tora klinkt zijn stem. Hij is de ware Eerstgeborene, Gods bruggenhoofd in de wereld.
Hij, Jezus, valt samen met de Tenach, ‘Mozes en de profeten’, en Hij is tegelijk meer dan dat. Hij interpreteert de Tora als geen ander want Hij is er in principe de schrijver van.
Matteüs citeert Jezus dan ook niet voor niets met de woorden: ‘Denk niet dat Ik gekomen ben om de Tora en de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om af te schaffen maar om ten volle te laten zien’ wat Tora en Profeten bedoelen (Mat. 5:17). Hij leeft de Tora, Hij is de levende Tora.
De aardse Tora (de hele Bijbel in principe) blijkt dus de weerspiegeling en uitwerking te zijn van de pre-existente Tora, het Woord dat er al was voordat de wereld werd geschapen. De teksten die we bovenaan citeerden uit Spreuken, Kolossenzen en het evangelie van Johannes getuigen daarvan; net zoals zoveel andere teksten. De Tora/de Messias was en is het troetelkind aan Gods rechterhand.
Dat zet alle Tora-rollen nog anders in het licht. In principe klinkt daarin dus de stem van de levende Tora die aan Gods rechterhand was en is en zijn zal. In die Tora-rollen is Hij aanwezig, het is zijn getuigenis!
Dit getuigenis gaat nog altijd met Israël mee. Alles wat we in de vorige vier afleveringen vertelden is en blijft waar; als nooit tevoren zelfs als je gelooft dat Jezus de Messias is.
En het is dus uiterst merkwaardig en zeer verontrustend dat christenen in de loop der eeuwen meenden hun geloof in Jezus te kunnen bewijzen door Tora-rollen te verbranden en het volk Israël te verguizen en vervolgen. Dat is een aanslag op de tekenen van de aanwezigheid van Jezus zelf. Hij is in de Tora altijd aanwezig.
Wie als christen er geen erg in heeft hoezeer Jezus samenvalt met de Tenach – dus met wat de kerk het Oude Testament noemt – moet zich afvragen in wat voor Jezus hij of zij eigenlijk gelooft.
Stapsteen 3
De brief aan de Hebreeën is bijzonder aan ‘het Verbond’ gewijd en vertelt klip en klaar dat Jezus zich met zijn komst en zijn leven borg heeft gesteld voor het verbond dat God met Abraham en zijn nageslacht sloot.
Een borg stelt zich garant voor alle schulden die een schuldenaar heeft. Israël heeft die schulden in de loop der eeuwen opgestapeld; de Tenach is daar eerlijk over. Maar hun Borg was al onderweg om het verbondsvolk van alle schuld te verlossen en het verbond als nieuw en nog krachtiger dan ooit in de wereld neer te zetten.
Precies zo verklaart Matteüs 1 ook de naam ‘Jeshua’: ‘Je zult als zijn naam Jehoshuah uitroepen, want Hij zal zijn volk (bedoeld wordt Israël, blijkt uit het woord in de grondtekst) redden van hun zonden!’
En precies zo uit Jezus’ moeder Mirjam zich, zingend over haar kind in wie zij Gods trouw ziet bewaarheid: ‘Hij neemt zich zijn knecht Israël aan, Hij blijft zijn ontferming indachtig – zoals Hij tot onze vaderen gesproken heeft – voor Abraham en voor zijn zaad tot in de eeuwigheid!’ (Luc. 1: 54 en 55). Het is uiteindelijk dus niet de glans van Israël die over de Messias valt, maar het is de glans van de Messias die over Israël valt en van daaruit de hele wereld wil verlichten.
Stapsteen 4
Er is nooit een ander verbond gekomen in plaats van dat van God met Abraham.
Dat verbond met Abraham is wel altijd vernieuwd en uitgebreid. Sinds Handelingen 10 is dat ook, anders dan ooit tevoren, de grenzen van het volk Israël overgegaan. Niet-Joden, in de Bijbel ‘heidenen’ genoemd, mogen om Jezus’ wil gaan delen in dit verbond. Paulus noemt zulke mensen dan ‘medeburgers’ van het volk Israël; ‘deelgenoten’ in al Gods Woord en alle beloften. En zo wordt het door zulke medeburgers ook beleefd. Ze gaan Israels psalmen meezingen en zien zichzelf dan als ‘in Israël ingelijfd’. En zo wordt bij menige doop in de kerk vreugdevol gezongen ‘het Verbond met Abraham zijn vrind, bevestigt Hij van kind tot kind’ (Psalm 105), ook onder niet-Joden.
Reden te meer dus om je als niet-Jood in al die verhalen van de Tenach te verdiepen die voor Jezus zo fundamenteel waren, ja waarmee Hij samenvalt, die Hij representeert.
Wat wil de Tora tot Israël en alle volkeren zeggen?
Wat wil de levende Tora daarin tot heel de wereld zeggen?
Hoe leren we onszelf verstaan als biblical nations?
Hij, de Messias, die de Eerstgeborene is van heel de schepping, die Gods bruggenhoofd op aarde is, degene in wie God alle volkeren vasthoudt..., wat horen we en verstaan we van Hem in alle 66 boeken die de Bijbel rijk is?